Berichten met de tag ‘ranking’

Visitatie pabo en lerarenopleiding levert meer op dan louter formeel accreditatiebesluit

24 november 2009 door Frank Hendriks

In 2008 zijn vrijwel alle bachelor opleidingen voor leraar basisonderwijs (pabo’s ) gevisiteerd.  Afgelopen zomer maakte de NVAO het voorlopige resultaat van de accreditaties van de pabo’s bekend. De NVAO besloot toen om een zevental pabo’s nog niet te accrediteren. Bij deze pabo’s zijn aanvullende beoordelingen uitgevoerd. Vorige week maakte de NVAO bekend dat zes van de zeven pabo’s alsnog een accreditatie krijgen. Hogeschool IPABO kan echter een negatief accreditatiebesluit tegemoet zien. De betreffende hogeschool heeft aangegeven het beoordelingsrapport ‘misplaatst’ te vinden en tekent bezwaar aan tegen een negatief oordeel.

Dit jaar worden de tweedegraads bachelor lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs en mbo door diverse VBI’s beoordeeld. Een oordeel van de NVAO over deze opleidingen wordt medio 2010 verwacht.

De afgelopen periode verschenen er voorts verschillende publicaties over de lerarenopleidingen. Zo publiceerde de AOb de een eigen ranking van pabo’s (zie ook de kritiek op deze ranking) en verscheen vorige maand ook de jaarlijkse Elsevier ranglijst. In beide overzichten kwamen de kleine pabo’s als beste opleidingen uit de bus. Voorts verscheen een rapport van de KNAW waarin werd gesteld dat het rekenonderwijs op de pabo’s ernstig onder druk staat.   Ook  wordt er gepleit voor het maken van fundamentele keuzes door de pabo’s.

In de recente stroom publicaties was ook een rapport opgenomen van de NVAO. Deze organisatie heeft, op verzoek van staatssecretaris van Bijsterveld, de stand van zaken van de pabo’s beschreven in een systeembrede analyse. In deze bijdrage op het Hobéon weblog zal nader bij deze analyse en de beleidsreactie van de staatssecretaris worden stilgestaan.

Hobéon Certificering is als VBI betrokken bij audits van zowel pabo’s als tweedegraads lerarenopleidingen. Ruud van der Herberg, senior adviseur bij Hobéon, is als lead-auditor (voorzitter) betrokken geweest bij een aantal beoordelingstrajecten. Naar zijn mening hebben de visitaties hebben veel meer  opgeleverd dan louter formele accreditatiebesluiten. Aan het slot van deze bijdrage zijn terugblik.

(meer…)

Particulier onderwijs scoort goed in Nationale Studenten Enquête 2009

17 september 2009 door Frank Hendriks

Vandaag zijn de resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE) verschenen. Uit het persbericht naar aanleiding van het verschijnen blijkt dat het particuliere hoger onderwijs  goed scoort. Dat is, gezien de kritiek die deze sector toch vaak krijgt, opvallend.

Bij de universiteiten is de particuliere wo-opleiding bedrijfskunde met een score van 8,6 de beste opleiding. Bij de hogescholen wordt deze positie met een waardering van 7.6 ingenomen door de opleiding Game Architecture and Design van de NHTV. Echter in de top 10 van hoogst scorende hbo opleidingen staan maar liefst 5 opleidingen aangeboden door particuliere aanbieders. De volledige resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een Studiekeuzedatabase die ook online te raadplegen is.

Education at a glance 2009

8 september 2009 door Frank Hendriks

Jaarlijks brengt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)  het raport Education at a Glance uit. In dit rapport vergelijkt de OESO het onderwijs in de OESO-landen. Vandaag is de editie 2009 van Education at a Glance verschenen. In een persbericht naar aanleiding van het verschijnen van deze editie gaat OCW in op een aantal opvallende uitkomsten.Zelf kunt u een samenvatting van het rapport alhier raadplegen (let op: .pdf/ 5 mb download).

Vorige week verscheen overigens ook de Internationaliseringsmonitor van het onderwijs in Nederland 2008. De monitor bestaat uit drie delen waarin de ontwikkelingen in het primair en voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, en het hoger onderwijs onder de loep worden genomen. Zie voor berichtgeving onder andere HOP en Transfer.

Het Bologna-proces in 2020

26 april 2009 door Frank Hendriks

Na Praag, Berlijn, Bergen en Londen hebben de Benelux landen de eer een ministeriële follow-up conferentie in het kader van het Bologna-proces te organiseren. De conferentie zal op 28 en 29 april plaatsvinden in Leuven en staat in het teken van Bologna +10. Een een programma en een uitgebreid overzicht van de conferentie documenten is via de website van de conferentie in te zien.

Naast het bespreken van de voortgang van het proces maken de ministers uit de 46 landen die meedoen aan het Bologna-proces ook afspraken. Bijvoorbeeld over de kwaliteit van het onderwijs en op het zichtbaar maken van de verschillen tussen de instellingen in Europa. Maar ook over het verbeteren van de randvoorwaarden voor mobiliteit van studenten, docenten en onderzoekers, zoals de erkenning van studiepunten en het vergemakkelijken van visa-procedures.

Een belangrijk onderwerp is ook het zetten van een hoger onderwijs agenda voor het volgende decennium. De mondialisering van het hoger onderwijs wordt daarbij niet uit het oog verloren. Zo is er aandacht voor het (verder) ontwikkelen van relaties met en betrokkenheid bij van andere landen en regio’s (bijv. China, India, USA, Canada, Noord-Afrika) bij het Bolognaproces.

Er circuleren hier en der ook reeds ontwerp slotverklaringen. Deze bieden inzicht in de punten die de afgelopen periode (2007-2009), tijdens de conferentie en in de wandelgangen aan de orde (zijn) (ge)komen. Een conceptversie (d.d. 16 maart 2009) van de slotverklaring van de conferentie is alhier te downloaden.

Lezenswaardig is ook een interview dat Scienceguide had met NVAO vice-voorzitter Guy Aelterman en het positionpaper ‘Leuven 2020. Europe’s Knowlegde Future’ van het Europese netwerk van Universities of Applied Sciences.

Update 4 mei 2009

De definitieve slotverklaring van de Leuven conferentie.

HBO-raad: Studentenaantallen in het hbo weer gegroeid

25 februari 2009 door Frank Hendriks

De HBO-raad publiceert periodiek informatie over de studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs. Gisteren publiceerde de raad een overzichtelijke factsheet met de meest recente gegevens.

In 2008 is de instroom ten opzichte van 2007 gestegen met 2,4% naar 118.644. Het grootste deel van de eerstejaars, ruim 113.000, bestaat uit bachelorstudenten. De instroom bij master-opleidingen vertegenwoordigt met bijna 5.500 zo’n 4,6% van de totale instroom zo blijkt uit de factsheet.

De sector gezondheidszorg sector laat met 10,5% de grootste groei in instroom zien. De HBO-raad wijst erop dat deze groei “voor een groot deel verklaard wordt door de opleiding verloskunde die dit jaar voor het eerst in de overzichten is opgenomen”. Grootste daler qua instroom is de  pedagogische sector met 5,8%. Deze daling rekent de HBO-raad toe aan de “sterke afname van instroom in de opleiding tot leraar basisonderwijs van circa 7.700 studenten in 2007 naar circa 6.900 in 2008.”

Meer gedetailleerde informatie, zoals aantallen per hogeschool of per opleiding,  is te vinden in de rubriek  ‘feiten en cijfers’ op de website van de HBO-raad.

Tien jaar patronen en trends in “student satisfaction” in Nederland

6 februari 2009 door Frank Hendriks

Onlangs is in de serie Beleidsgerichte studies Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek het door  Choice uitgevoerde onderzoek  “Tien jaar patronen en trends in “student satisfaction” in Nederland; Een analyse van oordelen uit de Keuzegidsenquête en de Nationale Studenten Enquête, 1996-2005″.

De jaarlijkse grootschalige Nationale Studentenenquête (NSE), gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, heeft als primair doel om actuele kwaliteits- en profielverschillen tussen verwante opleidingen zichtbaar te maken voor aanstaande studenten. Daarnaast worden de resultaten door veel instellingen zelf gebruikt voor interne kwaliteitszorg en/of benchmarking. Ook hier is de vergelijking met verwante opleidingen van andere instellingen de meest gangbare invalshoek.

Nu de enquête ruim tien jaar loopt, is het besef gegroeid dat uit zoveel jaren landelijk dekkend onderzoek een unieke gegevensverzameling is ontstaan, die zich ook leent voor andere invalshoeken dan momentopnames op opleidingsniveau. Uit dit besef is het idee ontstaan voor een rapport, waarin dwars op de jaren en dwars op de studies wordt gekeken, op zoek naar patronen en trends in de oordelen van studenten over verschillende kwaliteitsaspecten bij verschillende studies. Er kwamen vragen op zoals: hoe wordt de studeerbaarheid van techniekstudies beoordeeld, vergeleken met exacte studies bij algemene universiteiten? En hebben de maatregelen uit de jaren negentig die
studeerbaarheid verbeterd?