Sinds 1 september 2007 is het mogelijk dat Nederlandse studenten hun studiefinanciering meenemen naar het buitenland. Dit betekent zoveel als dat de student de aanspraak die hij heeft op studiefinancieringsrechten ook kan verzilveren voor het volgen van een studie aan buitenlandse hoger onderwijs instelling. Hiermee wordt beoogd meer Nederlandse studenten kennis te laten maken met onderwijs in het buitenland.
Aan het meenemen van studiefinanciering naar het buitenland zijn eisen verbonden welke zijn opgenomen in de Wet Studiefinanciering 2000. Een belangrijke eis is dat het niveau en de kwaliteit van de opleiding in het buitenland vergelijkbaar is met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en dat het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW.
De wet draagt aan de IB-Groep (IBG) op om te bepalen of een opleiding voldoet criteria. IBG geeft zelf echter geen oordeel over de kwaliteit van de opleiding maar laat dit oordeel afhangen van een door Nuffic uitgevoerd onderzoek. Nuffic heeft ter beoordeling van de aanvragen een waarderingsrichtlijn opgesteld.
Begin november werden Nuffic en IBG door de rechter op de vingers getikt over de uitvoering van de onderzoeken (Nuffic) het het nemen van besluiten (IBG).
