Topsectoren en onderwijsinnovatie

24 januari 2012 door Conny Ouwerkerk

Begin 2011 werd het topsectorenbeleid van EL&I gepresenteerd, als onderdeel van het ‘nieuwe bedrijfslevenbeleid’. Hiermee biedt de overheid innovatiestimulansen (€ 1,5 miljard) meer gericht en vooral als maatwerk aan. Dit beleid is mede gebaseerd op ervaringen in het agrofoodcomplex. Hier werkten de overheid, kennisinstellingen en bedrijven (de gouden innovatie-driehoek) al langer aan een gezamenlijke visie. Er werden meerjarige afspraken gemaakt, de partners beloofden om gezamenlijk te investeren en het onderwijs werd afgestemd op de wensen van bedrijven. Dat beleid, met meer ruimte voor maatwerk en eigen initiatieven, bleek naar ieders tevredenheid te werken.

Met deze weblog willen wij u attenderen op de lancering van www.top-sectoren.nl en kort informeren over de achtergronden.

Lees verder »

Crisis, recessie, het hoger onderwijs en de kenniseconomie

31 december 2011 door Rob van der Hoorn

Vorige week werd door het Centraal Planbureau (CPB) duidelijk gemaakt dat Nederland zich officieel in een economische recessie bevindt. Dat bericht werd direct gevolgd door speculaties over mogelijk noodzakelijke extra bezuinigingsmaatregelen van het kabinet. Immers ook Nederland moet zich houden aan de begrotingsafspraken die Europese Unie verband door de eurolanden zijn gemaakt. Bezuinigingen in het hoger onderwijs worden niet uitgesloten.

Hoe komt deze recessie tot stand en wat betekent het voor onze ambitie als kenniseconomie?

Kredietcrisis
De oorsprong van de recessie is te vinden in de banken- of kredietcrisis. Niet de bonuscultuur is de oorzaak van de bankencrisis. Natuurlijk, het is niet bevorderlijk voor het imago van het bankwezen als bestuurders van  ondernemingen bonussen opstrijken die een veelvoud van hun basisjaarsalaris bedragen en al helemaal niet wanneer een bestuurder een bonus ontvangt voor de overname van ‘zijn’ bank. Zeker niet als die overname ook nog eens volledig verkeerd uitpakt. Fout dus voor het imago, maar geen kredietcrisis waard.

Lees verder »

Verovert de Associate degree ook Nederland?

12 december 2011 door Inge van der Hoorn

De Associate degree is een tweejarig opleidingstraject op hbo-niveau met een eigen graad, die met name gericht is op mbo afgestudeerden die op hbo-niveau willen doorstuderen. Bezien vanuit het European Qualifications Framework for Lifelong learning (EQF)  vult de Associate degree het gat op tussen mbo-4, wat in het EQF op kwaliteitsniveau 4 wordt ingeschaald, en de hbo-bachelor, die zich in het EQF bevindt op kwaliteitsniveau 6.

In hun brief aan Staatssecretaris Zijlstra beschrijven de MBO Raad, VNO-NCW en MKB-Nederland dat zij de Associate degree zien als een aanwinst voor het Nederlandse onderwijsstelsel. “Het is met name voor gediplomeerde mbo-4 studenten een zeer interessante manier om een hbo-opleiding te volgen. Zowel de korte opleidingsduur, als het veelal duale karakter maken de Ad voor zowel recent afgestudeerde mbo-4 studenten als mensen die al actief zijn op de arbeidsmarkt aantrekkelijk”, zo schrijven zij.

In het Nationaal Studiekeuze Onderzoek 2011 geeft 1 op de 6 mbo-studenten aan interesse te hebben in een Ad-opleiding. Het aantal mbo-studenten dat de afgelopen jaren daadwerkelijk voor een Ad heeft gekozen ligt op 1,5%. Zoals al in een eerdere bijdrage op dit weblog is aangeven, zou je hieruit kunnen opmaken dat de Associate degree voor hogescholen een kansrijke groeimarkt is. Hier bovenop komen bovendien nog de werkenden en niet-werkenden die, al dan niet in het kader van een leven lang leren, verder willen studeren om hun kennis en vaardigheden te vergroten. De Ad biedt hen de gelegenheid zich te ontwikkelen naar hbo-niveau.

Lees verder »

‘Diversity the new reality’. Over de inzet van de G5-middelen

29 november 2011 door Willem van Raaijen

Conferentie
Onlangs organiseerde ECHO, Expertisecentrum Diversiteitsbeleid, haar jaarlijkse conferentie in de Jaarbeurs te Utrecht. Maurice Crul (UvA) en Willem van Raaijen (Hobéon) presenteerden daar op hoofdlijnen de uitkomsten en aanbevelingen van het eerder dit jaar verschenen rapport ‘Inzet G5-middelen’ over studiesuccesbevordering van niet-westerse allochtone (hierna: NWA-) studenten in de vier grote steden. Aanleiding om het rapport zelf nog eens onder de loep te nemen.

Rapport
Het rapport is het resultaat van een vijftal in opdracht van OCW uitgevoerde kwalitatieve audits bij de zogenaamde G4/G5: de vijf hogescholen in de vier grote steden. Het betreft de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool INHolland (locaties Amsterdam/Diemen, Den Haag en Rotterdam), de Hogeschool Rotterdam, de Haagse Hogeschool en de Hogeschool Utrecht.

Lees verder »

Gewijzigde beslisregels en herstelperiode accreditatie van kracht

24 november 2011 door Frank Hendriks

Vanaf april 2010 is binnen het accreditatiestelsel in het hoger onderwijs een aangepaste (reële) herstelperiode van kracht. Het is sindsdien aan de NVAO (en niet meer aan de instelling) om te bepalen of een opleiding in aanmerking komt voor een herstelperiode. De bevoegdheid van de NVAO zou nader worden ingevuld (genormeerd) in het zogenaamde accreditatiebesluit WHW. Over conceptversies van dit besluit is begin 2011 (terecht) discussie ontstaan. Deze discussie heeft tot gevolg gehad dat het besluit is aangepast en opnieuw is voorgelegd aan de Tweede Kamer. Deze week is (eindelijk) het definitieve Accreditatiebesluit WHW gepubliceerd in het Staatsblad. Het besluit is in werking getreden (met terugwerkende kracht) vanaf 1 januari 2011.

Door de inwerkingtreding kunnen opleidingen wier doelstellingen als onvoldoende zijn aangemerkt door het beoordelende panel niet voor een herstelperiode in aanmerking komen. Op alle andere onderdelen kan de NVAO een herstelperiode toekennen indien de tekortkomingen ‘ binnen redelijke termijn’ kunnen worden weggenomen.Deze redelijke termijn is volgens de wet maximaal 2 jaar. Voorts is in het accreditatiekader opgenomen dat de redelijke termijn bij een onvoldoende op gerealiseerd niveau maximaal 1 jaar is.

In het accreditatiebesluit WHW is ook voorzien in een nadere normering van de bevoegdheid van de NVAO om een ‘Instellingstoets kwaliteitszorg’ en ‘Toets Nieuwe Opleiding’ onder voorwaarden toe te kennen. Tegelijk met de publicatie van het Accreditatiebesluit WHW is ook een wijziging van het accreditatiekader bekendgemaakt. In deze bekendmaking staan ook gewijzigde beslisregels inzake accreditatie. De NVAO past de op haar website geplaatste kaders dienovereenkomstig aan.

Het Nederlands-Vlaamse accreditatiestelsel: verschillende bouwwerken op een gezamenlijk fundament?

21 november 2011 door Frank Hendriks

In 2003 sloten Nederland en de Vlaamse Gemeenschap van België het zogenaamde accreditatieverdrag. Dit verdrag belast de NVAO met de taak om zowel Nederlandse als Vlaamse opleidingen binnen het hoger onderwijs te accrediteren of een toets nieuwe opleiding af te nemen. Als zodanig is het verdrag het fundament onder het accreditatiestelsel in het hoger onderwijs in zowel Nederland als Vlaanderen.

Op 1 januari 2011 is de tweede ronde van het Nederlandse accreditatiestelsel van start gegaan. Voor de start is in een aantal pilots ervaring opgedaan met de werkwijze in het nieuwe stelsel. In de pilots participeerden zowel Nederlandse als Vlaamse instellingen. In Vlaanderen echter gaat een tweede ronde pas van start vanaf 2012-2013. De eerste uitwerkingen op hoofdlijnen van het Vlaamse stelsel zijn inmiddels bekend. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het gezamenlijke fundament onder het Nederlands-Vlaamse stelsel en de verschillen in uitwerking.

Lees verder »

Beleidsregel EVC aangescherpt

8 november 2011 door Frank Hendriks

In april 2010 werd de Beleidsregel afgifte EVC verklaringen gepubliceerd. In deze beleidsregel was een nieuwe procedure opgenomen waaronder EVC-aanbieders worden beoordeeld.  Hobéon is één van de beoordelende organisaties binnen het stelsel.

Onder meer ontwikkelingen in de beoordelingspraktijk en een gewenste verheldering van het gehanteerde up-or-outsysteem in de beleidsregel zijn voor OCW aanleiding geweest om de beleidsregel aan te scherpen. De gewijzigde beleidsregel is 3 november 2011 gepubliceerd in de Staatscourant en geldt vanaf 4 november 2011.

Op onder meer de volgende punten is de beleidsregel gewijzigd: (1) de erkenningstermijn van de entreetoets is verlengd naar een jaar en drie maanden; (2) het is niet meer mogelijk om entreetoets op entreetoets te laten volgen en (3) het wordt eenvoudiger voor EVC-aanbieders die hun kwaliteit reeds hebben bewezen om een verzoek tot erkenning voor verwante standaarden in te dienen.

Uit de gewijzigde beleidsregel volgt dat na afloop van een erkenning op basis van een entreetoets pas na zes maanden opnieuw een verzoek tot erkenning op basis van een entreetoets  kan worden ingediend voor de betreffende standaard. De redenen om entreetoets op entreetoets niet meer mogelijk te maken zijn onder andere het gegeven dat de entreetoets alleen is bedoeld voor de eerste toetreding tot het EVC-systeem en het voorkomen van een doorlopende erkenning zonder dat een EVC-aanbieder aan alle onderdelen van de normtekst voldoet. De termijn van zes maanden geldt tevens voor standaarden waarvan de erkenning is verlopen. Ook hiervoor geldt, dat pas na zes maanden opnieuw een verzoek tot erkenning kan worden ingediend.

Vragen?
Heeft u vragen over de gevolgen van de gewijzigde beleidsregel voor uw organisatie? Of wilt u meer informatie over onze EVC producten en diensten? Neem dan contact op met de heer ir. A.T. (Fred) de Bruijn via telefoonnummer 070 3066800 of e-mail f.debruijn@hobeon.nl. U kunt eventueel ook onze website bezoeken voor meer informatie over het beoordelen van EVC-aanbieders.