Vier hogescholen krijgen toestemming voor start opleiding Mechatronica

28 juli 2010 door Hobeon

Eind juli 2010 heeft de staatssecretaris van OCW, op advies van de CDHO, ingestemd met het voornemen van vier hogescholen om te starten met een opleiding Mechatronica. Dit is een interdisciplinair vakgebied, gericht op het ontwikkelen van technologische systemen met complexe functionaliteit. Het maakt gebruik van onder meer de natuurkunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek en informatietechnologie. Toepassingen zijn legio, van dvd-spelers tot industriële robots.

De aanvraag is ingediend door De Haagse Hogeschool (vestiging Delft), Avans Hogeschool (vestiging Breda), Fontys Hogescholen (vestigingen Eindhoven en Venlo) en Saxion (vestiging Enschede). Het initiatief tot de opleiding kon rekenen op brede steun uit het afnemende werkveld en was een gezamenlijke actie van deze hogescholen en branchevereniging FEDA.

Hobéon heeft de vier hogescholen op meerdere manieren begeleid en ondersteund. Dit onder meer door het uitvoeren van een instroomonderzoek (in samenwerking met partner Markteffect), een arbeidsmarktonderzoek en organisatie van een werkveldconferentie. Ook was Hobéon betrokken bij de uiteindelijk ingediende aanvragen, hierbij zijn door ons teksten aangeleverd en geredigeerd, is geadviseerd over formele en bestuurlijke aandachtspunten en randvoorwaarden en werd door ons (op onderdelen) de (eind)redactie gevoerd.

Voor de hogescholen staat nu de weg open om een Toets Nieuwe Opleiding in te dienen bij de NVAO. In deze procedure zal worden beoordeeld of de opleiding voldoet aan de kwalitatieve maatstaven die aan hbo-opleidingen worden gesteld.

Overigens heeft de staatssecretaris, op advies van CDHO, besloten om de komende twee jaar geen nieuwe aanvragen voor opleidingen Mechatronica in behandeling te nemen. Dit omdat in één keer de opleiding op vijf vestigingsplaatsen start in de zuidelijke helft van Nederland. Eerst moet een nog uit te voeren ‘quick-scan’ de effecten vaststellen van het nieuwe aanbod op de bestaande engineeringsopleidingen. Bij bovenmatig nadelige effecten voor de doelmatigheid waarop de sector niet adequaat reageert (herordening, samenvoeging van licenties en dergelijke) sluit OCW een verlenging van het moratorium met nog eens drie jaar niet uit. Na die vijf jaar kan bovendien een sectoranalyse geboden zijn van de ontwikkeling van het opleidingsaanbod en van de opname van afgestudeerden Mechatronica door de arbeidsmarkt.

Jongeren kiezen er massaal voor om verder te studeren, maar 35 procent weet nog niet wat

21 juli 2010 door Mirjam Dijkman

Dit blijkt uit het Nationaal Studiekeuze Onderzoek 2010 (NSKO 2010). Aan dit onderzoek namen maar liefst 5.200 Nederlandse scholieren uit de laatste twee leerjaren van het HAVO, VWO en MBO-4 deel.

Het NSKO 2010 is een grootschalig landelijk onderzoek dat jaarlijks wordt uitgevoerd door marktonderzoekbureau Markteffect, de Hobéon Groep en Icares. Het NSKO 2010 brengt in kaart hoe jongeren zich oriënteren op hun studiekeuze.

Een samenvatting van de belangrijkste uitkomsten van NSKO 2010 is opgenomen in een nieuws/persbericht.  Bent u nieuwsgierig naar de complete rapportage? Vraag dan gratis de resultaten van NSKO 2010 op bij Markteffect.

Hobéon voert samen met Markteffect onderzoeken uit naar beroeps- en studiekeuzes in relatie tot opleidingenaanbod in met name het hbo. Recentelijk zijn door Hobéon samen met Markteffect diverse instroomonderzoeken uitgevoerd welke door hogescholen zijn opgenomen in dossier t.b.v. het aanvragen van nieuwe opleidingen . Wilt u over onze dienstverlening op dit vlak meer informatie, neem dan contact op met Hans Stoltenborg onder telefoonnummer 070-3066800.

Accreditatiewet goedgekeurd!

23 juni 2010 door Frank Hendriks

Op 22 juni 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanpassing accreditatiestelsel als hamerstuk afgedaan. Daarmee is de parlementaire behandeling van deze wet afgerond. De goedgekeurde wet regelt de tweede ronde van het accreditatiestelsel in het hoger onderwijs.

Meest in het oog springende wijziging in het stelsel in de introductie van een zogenaamde ‘instellingstoets kwaliteitszorg’. Indien hoger onderwijsinstellingen deze toets met succes doorstaan kunnen zij hun bestaande en nieuwe opleidingen op grond van een beperkter beoordelingskader later beoordelen. Instellingen die niet kiezen voor de instellingstoets  danwel deze toets niet halen moeten hun opleidingen laten beoordelen volgens een uitgebreid kader.

Nu de wet door zowel de Tweede als de Eerste Kamer is goedgekeurd zullen een aantal belangrijke onderliggende reglementen en regels worden uitgewerkt. Daarbij gaat het onder meer om de definitieve accreditatiekaders. Deze worden door de NVAO, in overleg met tal van organisaties,  vastgesteld. Vervolgens dienen de kaders te worden goedgekeurd door de Minister van OCW. Deze kan pas goedkeuren nadat de accreditatiekaders zijn voorgelegd aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

De wijzigingen in het accreditatiestelsel zullen naar verwachting op 1 januari 2011 in werking treden. Heeft u vragen over de gevolgen van het nieuwe stelsel voor uw organisatie? Neem dan gerust contact op met één van onze adviseurs.

Nieuwe accreditatiewet wordt binnenkort goedgekeurd door Eerste Kamer

16 juni 2010 door Frank Hendriks

Op 15 juni heeft de Eerste Kamer de antwoorden op haar vragen over het wetsvoorstel aanpassing accreditatiestelsel besproken. De beantwoording stemde de senatoren kennelijk tot tevredenheid daar zij hebben besloten het eindverslag vast te stellen. Dit betekent dat het wetsvoorstel binnenkort als hamerstuk door de Eerste Kamer zal worden afgedaan. Na goedkeuring door de Eerste Kamer zal het aangepaste accreditatiestelsel waarschijnlijk per 1 januari 2011 in werking treden.

De NVAO heeft onlangs een serie data bekend gemaakt waarop informatie zal worden verstrekt over (de werking) van het nieuwe stelsel. Kunt u hierop niet wachten of heeft u anderszins vragen over de gevolgen van het nieuwe stelsel voor uw organisatie dan kunt u natuurlijk contact met ons opnemen.

Toekomstige studenten stemmen VVD of PvdA; PVV vooral populair bij aspirant hbo-ers

7 juni 2010 door Mirjam Dijkman

20 procent van de toekomstige studenten zou bij de verkiezingen op de VVD stemmen, 14 procent stemt op de PvdA. Deze resultaten maken onderdeel uit van het Nationale Studiekeuze Onderzoek 2010 (NSKO), dat door onderzoeksbureau Markteffect in samenwerking met de Hobéon Groep en Icares is opgesteld. Aan het onderzoek namen 4.500 toekomstige studenten in de leeftijd van 15 tot en met 21 jaar deel.

Stemkeuze versus opleidingsniveau
Het is opvallend dat ruim 1 op de 10 scholieren die een opleiding op hbo-niveau wil gaan volgen (Ad of bachelor) op de PVV zou stemmen, terwijl dit voor toekomstige wo-bachelors voor slechts 1 op de 25 scholieren geldt. Daarentegen stemmen meer toekomstige wo-ers op D’66 (ruim 1 op de 6), terwijl slechts 1 op de 10 toekomstige hbo-ers op deze partij zou stemmen. Het CDA kan echter rekenen op een bijna gelijke belangstelling van beide doelgroepen (9 respectievelijk 8 procent).

Stemkeuze versus afkomst
Het aantal allochtone scholieren dat voor de VVD kiest ligt met 10 procent een stuk lager dan het aantal autochtone scholieren dat op de VVD zal stemmen (21 procent). Deze allochtone scholieren kiezen vooral voor de PvdA; bijna een derde van hen zou op deze partij stemmen. Het percentage autochtone scholieren dat voor de PvdA kiest, ligt met 12 procent een stuk lager.

Stemkeuze versus geslacht
Er zijn meer jongens die voor de VVD kiezen (23 procent) dan meisjes (16 procent). Daarentegen kiezen meisjes vaker voor de PvdA (16 procent) dan jongens (13 procent). Ook hier geldt dat het CDA op een bijna gelijke belangstelling van zowel jongens als meisjes kan rekenen (9 respectievelijk 8 procent).

Nationaal Studiekeuze Onderzoek (NSKO)

Deze resultaten maken deel uit van het Nationaal Studiekeuze Onderzoek 2010.  De resultaten van het NSKO worden eind juni 2010 gepresenteerd en zijn gratis op te vragen bij Markteffect.

NSKO is een samenwerkingsverband tussen Markeffect en Hobéon Groep. NSKO voert een onderzoek uit naar de studiekeuze van scholieren in heel Nederland. Leerlingen van middelbare scholen en mbo opleidingen worden uitgenodigd om deel te nemen aan dit onderzoek. Het NSKO onderzoekt hoe toekomstige studenten hun studiekeuze maken zodat het onderwijs nog beter op hun wensen zal kunnen aansluiten.

Voor meer informatie

Markteffect: Edgar de Beule (06 47 12 03 86)
E-mail: info@markteffect.nl

Hobéon : Hans Stoltenborg (070 3066800)
E-mail: g.stoltenborg@hobeon.nl

Joint degrees eindelijk mogelijk

10 mei 2010 door Frank Hendriks

Begin februari 2010 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Versterking besturing. Dit betekent dat de weg vrij is om de aangenomen wijzigingen in de hoger onderwijswetgeving ook, zij het op verschillende momenten, in werking te laten treden.

De wet Versterking besturing maakt het mogelijk dat Nederlandse hoger onderwijsinstellingen vanaf 1 juli 2010  joint degrees kunnen verlenen. Een joint degree is volgens de wet:

een graad die een instelling verleent, samen met een of meer instellingen in binnen- of buitenland, nadat de student een studieprogramma heeft doorlopen waarvoor de samenwerkende instellingen samen verantwoordelijk zijn

De NVAO, de organisatie belast met de keuring van de kwaliteit van opleidingen in het hoger onderwijs, werkt in een protocol, dat medio juni 2010 zal verschijnen, uit hoe deze joint degrees in de toekomst worden beoordeeld.

Naar verluidt volgt vanuit het Ministerie van OCW binnenkort ook een nieuwe versie van de beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs waarin een  voorziening voor joint degrees is opgenomen.
Update 10 juni 2010: de definitieve protocollen voor joint degrees zijn door NVAO online gezet.

Herstelperiode accreditatie hoger onderwijs ingevoerd

1 mei 2010 door Frank Hendriks

Begin februari ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Versterking besturing. Dit betekent dat de weg vrij is om de aangenomen wijzigingen in de hoger onderwijswetgeving ook, zij het op verschillende momenten, in werking te laten treden.  Per 30 april 2010 zijn de eerste wijzigingen in werking getreden.

Eén belangrijke wijziging is de invoering van een reële herstelperiode bij de beoordeling van de kwaliteit van hoger onderwijsopleidingen.  In de huidige situatie mag een instelling geen nieuwe studenten inschrijven in een opleiding die door keurmeester NVAO negatief is beoordeeld. Deze herstelperiode mag op papier ‘aantrekkelijk’ ogen, in de praktijk is deze,  in combinatie met de veelal slechte publiciteit van een negatieve accreditatie, de nagel aan de doodskist van een opleiding. Immers doordat gedurende de periode geen nieuwe studenten mogen worden inschreven loopt de opleiding inkomsten mis, inkomsten waarmee de opleiding juist de kwaliteit zou moeten (en kunnen) verbeteren.

Deze ‘papieren’ herstelperiode in combinatie met de zware consequenties van een negatieve accreditatie leggen een zware druk op de beoordeling door externe deskundigen. Om deze druk weg te nemen is er vanuit diverse zijden voor gepleit om een soepelere herstel mogelijkheid in te voeren. De wet Versterking besturing komt hieraan tegemoet.

Vanaf heden kan een oorspronkelijke accreditatie van een opleiding worden verlengd voor de duur van (maximaal) 2 jaar. Daar het oorspronkelijke besluit wordt verlengd blijft de instelling de mogelijkheid houden om nieuwe studenten in te schrijven in de opleiding (en hiervoor bekostiging te ontvangen). Het besluit of de betreffende opleiding in aanmerking komt ligt overigens bij de NVAO, een punt waar ik eerder kritische kanttekeningen bij heb geplaatst.

De verwachting is dat met een aangepaste herstelperiode er minder ‘druk’ op een accreditatietraject staat. Hierdoor zou er ook meer ‘ruimte voor verbetering’ moeten komen. De praktijk zal moeten uitwijzen of dit ook gaat lukken of dat critici  - die beweren dat het zwaartepunt nu zal verschuiven naar het niet in aanmerking willen komen voor de herstelperiode - gelijk gaan krijgen.